Vorige pagina

Modelleervoorbeelden stap 4 onderwijslocatie

Hieronder volgen enkele modelleringsvoorbeelden.

Voorbeeld 1

Basisschool De Merel heeft twee locaties, in een locatie is de onderbouw gevestigd en in de andere de midden- en bovenbouw. In de gemeente waar De Merel is gevestigd heerst ruimtegebrek, de onderbouwlocatie verhuist om de paar jaar naar een plek waar de gemeente toevallig ruimte beschikbaar heeft. In de BRIN-registratie heeft de midden/bovenbouwlocatie wel een vestigingserkenning (BRIN6), de onderbouwlocatie heeft die niet. De kinderen worden ingeschreven op de midden/bovenbouwlocatie. Hoe kan De Merel zich het beste presenteren in RIO? Ondanks het feit dat de onderbouwlocatie geen vestigingserkenning heeft, is het een ‘echte’ locatie. Ouders bijvoorbeeld weten dat hun kinderen eerst twee jaar naar de onderbouwlocatie gaan en dan pas naar de Handelskade, waar de midden/bovenbouwlocatie al sinds jaar en dag is gevestigd. In RIO kunnen daarom het beste twee onderwijslocaties worden aangemaakt. Dat een ervan geen eigen vestigingserkenning heeft maar valt onder de vestigingserkenning van de andere locatie, maakt voor RIO niet uit. 

In schema:

Stap 4 voorbeeld 1

Voorbeeld 2

Bij de vorige stap maakten we al kennis met onderwijsinstelling Balans voor (voortgezet) speciaal onderwijs. Balans heeft onlangs een nieuwe campus geopend met vier kleine gebouwen met elk een eigen kleurstelling. In elk gebouw wordt ander onderwijs gegeven. In Balans Rood zit het speciaal onderwijs, in Balans Blauw het uitstroomprofiel vervolgonderwijs van het voortgezet speciaal onderwijs, in Balans Groen het uitstroomprofiel arbeidsmarkt van het voortgezet speciaal onderwijs en in Balans Geel tenslotte het uitstroomprofiel dagbesteding van het voortgezet speciaal onderwijs. In de Basisadministratie Adressen en Gebouwen (BAG) heeft elk gebouw een eigen adres, Schoolcampus 1 t/m 4. Hoe moet Balans deze campus beschrijven in RIO? Balans presenteert de campus nadrukkelijk als één geheel, waar verschillende vormen van onderwijs worden gegeven. Het ligt dus voor de hand de campus als één onderwijslocatie op te nemen met het adres Schoolcampus 1-4. Aan deze onderwijslocatie worden de twee vestigingserkenningen gekoppeld. 

In schema:

Stap 4 voorbeeld 2

Voorbeeld 3
Basisschool De Afzet maakt gebruik van een gebouw waarin ook een andere basisschool is gevestigd. Dit is een school van een ander onderwijsbestuur dan dat van De Afzet. Hoe moet De Afzet deze situatie modelleren in RIO? Om te beginnen stellen we vast dat hier alleen een onderwijslocatie wordt gedeeld, er is geen sprake van de situatie dat twee onderwijsbesturen samen een onderwijsaanbieder hebben opgericht of iets dergelijks. In de uiteindelijke registratie in RIO zal worden vastgelegd dat twee onderwijsaanbieders gezamenlijk gebruik maken (onderwijslocatiegebruik) van één onderwijslocatie (hetzelfde gebouw in de Basisadministratie Adressen en Gebouwen ) en daarvoor ook dezelfde onderwijslocatie-code gaan hanteren. De aan het gebruik van deze locatie te koppelen vestigingserkenning is dan weer voor beide scholen verschillend.
In de modelleerfase maken De Afzet en de andere onderwijsinstelling gewoon allebei in hun eigen model een onderwijslocatie aan. Dit is om het simpel te houden.