Vorige pagina

Opleidingseenheden

Opleidingseenheden basisonderwijs
Het reguliere basisonderwijs onderwijs kent twee opleidingen:
  • Basisonderwijs
  • Eerste onderwijs anderstaligen
De eerste opleiding betreft het reguliere basisonderwijs.

Basisscholen kunnen te maken hebben met leerlingen die omdat ze bijvoorbeeld net in Nederland zijn, de Nederlandse taal niet machtig zijn. Deze populatie krijgt dan eerst een eigen vorm van onderwijs wat door LOWAN  ‘nieuwkomersonderwijs’ is genoemd. Die aanduiding is echter verwarrend vanwege de associatie met nieuwkomersbekostiging. Bovendien kan dit type onderwijs ook gegeven worden aan kinderen die volgens de bekostigingsregels geen nieuwkomer (meer) zijn maar wel deze opleiding nodig hebben om te kunnen instromen in het reguliere basisonderwijs, bijvoorbeeld kinderen van expats. Een aanduiding die meer gericht is op het type onderwijs en niet op de doelgroep werd daarom wenselijk geacht.

De nieuwe aanduiding eerste onderwijs anderstaligen in RIO is door de Inspectie van het Onderwijs voorgesteld en past beter bij wat dit onderwijs inhoudt. Het wordt alom gezien als  een aparte opleiding die qua te verwerven competenties en doelen duidelijk afwijkt van het reguliere basisonderwijs. In feite is eerste onderwijs anderstaligen een opstap naar het reguliere basisonderwijs en wordt het ook wel beschouwd als een soort van doorlopende leerlijn.

Opleidingseenheden speciaal onderwijs
Het speciaal onderwijs kent twee opleidingen:
● speciaal onderwijs regulier
● speciaal onderwijs zml/mg (zeer moeilijk lerend/meervoudig gehandicapt).

Dit onderscheid bestaat in RIO, omdat er voor beide vormen van speciaal onderwijs aparte kerndoelensets van SLO Link opent externe pagina bestaan en er dus sprake is van twee opleidingen. 

Opleidingseenheden voortgezet speciaal onderwijs
Het voortgezet speciaal onderwijs kent de volgende opleidingsgroepen:
  • vso-vervolgonderwijs
  • vso-arbeidsmarkt
  • vso-dagbesteding
In het vso wordt in de praktijk vaak de term uitstroomprofiel gehanteerd. Deze term wordt vaak verward met de term uitstroomrichting. 
Uitstroomrichting is datgene waarvan men verwacht waar een leerling aan het eind van zijn vso-onderwijsperiode terecht zal komen.
De uitstroomrichting wordt niet vastgelegd in RIO of ROD (wel in het Ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) van de leerling). 
Uitstroomprofiel is in RIO-context een opleidingsgroep en deze kan voor het registreren van het eigen onderwijsaanbod worden gekozen.
Uitstroomprofiel vervolgonderwijs
Leerlingen in het uitstroomprofiel vervolgonderwijs van het voortgezet speciaal onderwijs volgen een opleiding die is gericht op examinering in het reguliere voortgezet onderwijs om daarna een vervolgopleiding te starten. In het ROD (Register Onderwijsdeelnemers, voorheen BRON) wordt bij deze leerlingen een opleiding geregistreerd die erkend wordt door middel van een licentie met een zogenoemde elementcode. De erkenningen voor het vso zijn gelijk aan die in het vo worden gehanteerd. Echter zijn in het vso bepaalde vo-opleidingen helemaal niet mogelijk, bijvoorbeeld de leerwegondersteunende opleidingen (llwo). Die opleidingen hoeven dus ook helemaal niet zichtbaar te zijn in het RIO-portaal. Dat kan alleen maar registratiefouten opleveren. Vandaar dat de onderwijsinstellingen in het vso de wens hebben geuit om voor zowel registratie in RIO als ROD (Registratie Onderwijsdeelnemers, voorheen BRON) een verkorte lijst van opleidingen te gaan hanteren die op maat is gemaakt voor het vso. Zij willen die gebruiken voor het aanbod in RIO alsmede ook voor hun LAS ten bate van de inschrijving van leerlingen in ROD. Deze wens is in RIO ingewilligd.

De lijst van opleidingen voor het uitstroomprofiel vervolgonderwijs van het vso bestaat uit maar liefst 135 opleidingen die zijn geordend in 24 subgroepen op drie niveaus. Voordat u uw opleidingsaanbod gaat registreren in RIO, kun u deze lijst beter eerst downloaden (211Kb, pdf) en printen. U markeert dan de opleidingsgroepen en/of opleidingen die u wilt gaan registreren met de bijbehorende codes. Dit maakt het registratieproces een stuk makkelijker.

U mag uw opleidingsaanbod op ieder gewenst niveau van de lijst registreren. Daarbij geldt: hoe hoger het niveau waarop u registreert, hoe overzichtelijker de lijst van aangeboden opleidingen van uw onderwijsinstelling en hoe minder werk u aan de registratie heeft.

De opleidingsgroepen en subgroepen hebben opleidingseenheidscodes, de zogenoemde O-codes. Deze bestaan uit vier cijfers de letter O en weer vier cijfers. De opleidingen hebben viercijferige erkendeopleidingscodes. Dit is namelijk het niveau waarop u uw leerlingen later registreert in het Register Onderwijsdeelnemers, de opvolger van BRON. Opleidingen hebben een erkenning met zo’n erkendeopleidingscode. In het voortgezet onderwijs worden die ook wel elementcodes genoemd.

De opleidingsgroep vervolgonderwijs bestaat uit een groot aantal subgroepen. Op het tweede niveau gaat het om de subgroepen van de onderbouw en verschillende subgroepen opleidingen van de bovenbouw. Die bovenbouw is immers heel divers. Elk van deze groepen heeft in RIO een eigen O-code en u kunt uw onderwijsaanbod op dit niveau registreren als dat past bij uw situatie.

De onderverdeling gaat voor de bovenbouw nog dieper. Dit geldt in het bijzonder voor de basisberoepsgerichte leerweg van de bovenbouw van het vmbo. Deze is op het derde niveau onderverdeeld in subgroepen voor de verschillende profielen, elk met een eigen O-code. Dit betekent dus dat u in RIO indien gewenst precies kan registreren welke vmbo-profielen u wel aanbiedt en welke niet.

De onderverdeling van de lijst gaat tenslotte nog één verdieping dieper. We nemen als voorbeeld de basisberoepsgerichte leerweg Bouwen, wonen en interieur, BWI. Op het vierde en laagste niveau komen we dan de opleidingen zelf tegen: BWI, het leerwerktraject en de entree-variant. Deze opleidingen zijn herkenbaar aan hun erkendeopleidingscodes. Dit is het niveau waarop u uw leerlingen uiteindelijk inschrijft in ROD.

Omdat de lijst met vso-opleidingen erg lang is en de opleidingen soms willekeurig door elkaar heen lijken te staan, kunt u het beste gebruik maken van de zoekfunctie. Als u in het zoekveld bijvoorbeeld de afkorting BWI of het woord dagbesteding typt, worden alleen de daarvoor relevante opleidingen getoond. Dat maakt het een stuk makkelijker om de juiste opleiding te selecteren.

Uitstroomprofiel arbeidsmarkt
De onderwijsinstellingen en de Inspectie van het Onderwijs hebben de wens geuit om rekening te houden met entree in het vso. Dit heeft geresulteerd in de volgende indeling van het uitstroomprofiel vso-arbeidsmarkt:
  • Arbeidsmarkt - beschutte arbeid
    Het onderscheid dagbesteding en arbeidsmarktgericht met uitstroom naar beschut werk is volgens scholen vaak lastig te maken. Ook in het doelgroepenmodel zit overlap tussen de twee. NB Belangrijk verschil tussen beschut werk en dagbesteding is dat het bij beschut werk altijd gaat om een dienstbetrekking en bij dagbesteding nooit. De doelgroep voor beschut werk bestaat uit mensen met arbeidsvermogen, die dus loonvormende arbeid kunnen verrichten.
    KENMERK Mensen ontvangen loon en het beschut werk in deze vorm is uitsluitend mogelijk met een positief advies beschut werk van het UWV.  
  • Arbeidsmarkt - vrij bedrijf
    Arbeidsgericht met uitstroom naar werk in vrij bedrijf (al dan niet met branchegerichte certificaten)
  • Arbeidsmarkt - uitstroom naar entree
    Hier volgt de leerling het onderwijsaanbod/-programma van het arbeidsmarktgerichte uitstroomprofiel, gericht op de entree-opleiding van een mbo-instelling als beoogd uitstroomperspectief.
  • Arbeidsmarkt - entree (binnen vso)
    Hier volgt de leerling binnen het vso de entree-opleiding. De vso-school heeft daartoe een samenwerking met een mbo-instelling en leidt de leerling op voor entree mede onder verantwoordelijkheid van die instelling. Examinering voor entree door de mbo-instelling is vergelijkbaar met extraneus-examinering voor vmbo-havo-vwo in samenwerking met een vo-instelling.
Uw leerlingen registreert u uiteindelijk in het Register Onderwijsdeelnemers (voorheen BRON) op het niveau van de opleidingsgroep Arbeidsmarkt en niet op een van de drie opleidingen daarbinnen. Dat is voor OCW voldoende. De opleidingsgroep dagbesteding heeft de erkendeopleidingscode 3520.

Binnen Justitiële Jeugdinrichtingen (JJI) en Gesloten Jeugdzorginstellingen (GJI) komen er ook leerlingen voor die al een entree-opleiding in het mbo volgen of zelfs een MBO1- of MBO2-opleiding. Dit kan nu echter niet bij de inschrijving in ROD (Registratie Onderwijsdeelnemers, voorheen BRON) weergegeven worden. Instellingen kiezen dan maar een vmbo-opleiding die “in de buurt” komt. Als de bovengenoemde varianten zouden worden toegestaan in ROD, dan kan daarmee dit issue wellicht ook opgelost worden.

Uitstroomprofiel dagbesteding

De opleidingsgroep dagbesteding kent de volgende opleidingen: 

  • arbeidsmatige dagbesteding 
  • activiteitgerichte dagbesteding 
  • belevingsgerichte dagbesteding. 

Uw leerlingen registreert u uiteindelijk in het Register Onderwijsdeelnemers (voorheen BRON) op het niveau van de opleidingsgroep Dagbesteding en niet op een van de drie opleidingen daarbinnen. Dat is voor OCW voldoende. 

De opleidingsgroep dagbesteding heeft de erkendeopleidingscode 3510.